Verhaal van Micha: “Je bent nooit te oud om die stap te zetten”

Micha: “Je bent nooit te oud om die stap te zetten”

Micha (59) wist al jong dat hij een jongen was, maar zonder rolmodellen of zichtbare voorbeelden raakte hij jarenlang gevangen in stilte. Tot 2015 – zijn omslagpunt en coming-outjaar. Micha was toen 49. Een toevallige ontmoeting met de voorzitter van Stichting Transman, een folder in zijn handen, de energie van de ‘transgender hype’ én de positieve zichtbaarheid tijdens TransPride in The Manor, waar hij voor het eerst trotse transmannen met vlaggen zag lopen, gaven hem de moed om uit de kast te komen.

Micha op een brug voor het water.

Je geeft aan dat je tot 2015 in de kast leefde en daarna pas je coming-out maakte. Waarom vind je het belangrijk om juist dat verhaal – van een transitie op latere leeftijd – te delen op Ergens op de Regenboog?

Omdat ik er lang mee heb geworsteld. Voor mijn gevoel was het een hele reis, ik dacht steeds: daar begin ik niet meer aan, dat komt misschien wel “in een volgend leven”. Ondertussen werd ik steeds ongelukkiger en raakte ik in een neerwaartse spiraal. Tot iemand me vroeg: “Waarom niet nu?” Daar had ik geen antwoord op. Die ene vraag gaf me de kracht om toch die stap te zetten.

Het was ook een bijzondere samenloop. Ik ging met een vriendin naar een barbecue en ontmoette daar een jongen van Stichting Transman. Hij had diezelfde ochtend flyers opgehaald en gaf me er een mee. Met de vraag waarom niet nu? Thuis dacht ik: Soms heb je net zo’n zetje nodig.

Later hoorde ik over een oudere vrouw in een verzorgingshuis die op zeer late leeftijd nog in transitie was gegaan. Dat maakte diepe indruk: je bent nooit te oud om die stap te zetten. Natuurlijk zag ik van tevoren heel veel beren op de weg, maar toen ik eenmaal begon, merkte ik dat de transitie me juist kracht gaf om verder te gaan en de hobbels te trotseren.

Hoe heb je zelf ervaren om je transitie op latere leeftijd door te maken?

Het voelde als thuiskomen, eindelijk bij mezelf komen. Het is moeilijk uit te leggen wat het betekent om trans te zijn, maar het leven dat ik daarvoor leidde, voor mijn transitie, dat was ik gewoon niet. Dat maakt het zwaar om zo door te gaan.

Ik wist al heel lang dat ik een jongen was, toen ik een kind was al, maar ik had dat diep weggestopt. Als mensen dingen zeiden als dat ik niet “vrouwelijk genoeg” was, vond ik dat lastig – ik kon mezelf daar niet in verdedigen. Ook bij ontmoetingen met andere trans mensen voelde ik wel herkenning, maar ik kon het niet toelaten. Pas toen ik het ook bij mezelf durfde te erkennen, kon ik echt thuiskomen.

Binnen het netwerk komt vaak de vraag voorbij: welke dingen zijn wél en niet gepast om te vragen? Hoe kijk jij ernaar als mensen je vragen stellen over je transitie?

Voor mij gaat het vooral om de intentie achter een vraag. Je mag me veel vragen stellen, als het maar uit oprechte interesse is en niet uit sensatie. Een vraag als “Hoe heette je eerst?” of vragen over geslachtsdelen beantwoord ik niet – dat is privé en bovendien irrelevant. Maar inhoudelijke vragen ga ik niet uit de weg, die beantwoord ik juist graag.

Bij mijn werkgever tijdens mijn transitieproces was er zelfs de afspraak dat collega’s vragen mochten stellen. Ik heb geprobeerd die zo goed mogelijk te beantwoorden. Ik vond dat wel heel moeilijk, omdat je als trans persoon je hele traject heel zichtbaar en open doorloopt – dat kan haast niet anders. Dat maakte me wel heel kwetsbaar.

Bij een latere werkgever hebben ze er nooit iets over gevraagd, en bij mijn huidige werkgever heb ik het onlangs zelf tegen mijn leidinggevende gezegd. Dat vond ik toch spannend: ik wil het liever niet benoemen, maar als ik dat niet doe, is het ook niet zichtbaar. En zichtbaarheid is belangrijk, juist in het kader van emancipatie en acceptatie.

Als je terugkijkt: welke uitdagingen heb je ervaren doordat je pas later in je leven de stap kon zetten?

Op zich vielen de uitdagingen mee. Het traject verliep bij mij vrij snel. Binnen een paar maanden kon ik met hormonen beginnen – in die tijd was het nog niet zo druk in de genderzorg. Inmiddels zijn de wachttijden veel langer en misschien omdat de zorg voor jongeren beter geborgd is.

Verder merk ik wel generatieverschillen. Mijn generatie denkt nog heel binair in termen van man en vrouw, terwijl veel jongeren zich tegenwoordig queer noemen en het meer openlaten. Ik identificeer me als binaire transman en ik was ontzettend blij toen mijn paspoort eindelijk klopte. De M erin voelde als een mijlpaal – dat heb ik echt gevierd.

Dit alles speelde richting mijn vijftigste. Mijn zus zei toen voor de grap dat ze een Sarah op mijn balkon wilde zetten. Ik dacht: no way, ik wil dat alles vóór die tijd geregeld is. Voor haar en anderen in mijn omgeving was het even wennen. Maar in de kern wisten ze al langer wat er aan de hand was. Nu ben je mijn broer, mijn zoon, mijn vader die je altijd al was. En voelde ik mij 100% gesteund. Soms is het aanspreken nog wel lastig. Dan hoor ik nog weleens mijn oude naam of zij/haar, maar dat neem ik hun niet kwalijk, het is er ingesleten. Al doet het telkens weer pijn, voor mij gaat het vooral om de intentie: zolang het niet bewust kwetsend bedoeld is, kan ik het laten gaan.

“Het is geen modegril.”

Heb ik het goed dat jouw verhaal laat zien hoe groot de impact kan zijn van het ontbreken van informatie of rolmodellen? En dat juist een site als Ergens op de Regenboog kan helpen voorkomen dat mensen zo met zichzelf in de knel komen?

Ja, absoluut. Ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat dit soort zorg en zichtbaarheid noodzakelijk is. Ik heb in heel wat groepen en praatgroepen gezeten en ik weet hoe belangrijk het is om herkenning te vinden. Het is geen modegril. Rond 2014 werd er veel meer over gesproken en dat veroorzaakte een piek, maar dat was goed: door programma’s en media-aandacht herkenden mensen zichzelf eindelijk ergens in. Als je er niet over praat of er niets zichtbaar is, weet niemand dat het bestaat. En juist daardoor raken mensen in de knel. Daarom is een site als Ergens op de Regenboog zo belangrijk: het geeft vindplaatsen, herkenning en maakt de weg korter.

Je hebt 20 jaar in Amsterdam gewoond en bent daarna verhuisd naar Langedijk. Wat gaf de community in Amsterdam je dat je nu nog steeds mist? Kun je een concreet voorbeeld geven van iets kleins of groots dat je toen vanzelfsprekend vond?

Vooral de herkenbaarheid en dat je elkaar begrijpt. Binnen de trans community hoef je niets uit te leggen. Als ik in de omgeving van andere transpersonen ben, voel ik me veilig en verbonden — ook al heeft iedereen zijn eigen weg. Zelfs met transvrouwen, die binair gezien een totaal andere route hebben, is er herkenning: dezelfde hobbels, dezelfde reis. Dat geeft verbondenheid.

Die vanzelfsprekende herkenning mis ik hier. Daarom zoek ik het nu weer actief op, bijvoorbeeld door met een transvriend te gaan zwemmen in Purmerend tijdens het jaarlijkse Swimpride. Dat een veilige en ontspannende zwemomgeving biedt aan transpersonen.

Tegelijk vind ik het belangrijk om dingen wél te vertellen. Als mensen vragen stellen met de juiste intentie, is dat een kans om iets te delen en elkaar beter te begrijpen. Iets over jezelf vertellen is ook een manier om je groep zichtbaar te maken en anderen de kans te geven iets te leren.

Portretfoto Micha met vlag om schouder

“Je bent nooit te oud om die stap te zetten”

Maar de verhuizing naar Langedijk heeft je ook iets gebracht. Hoe heeft die verhuizing je leven veranderd?

Het heeft zeker bijgedragen aan mijn levensgeluk. Via mijn werk op Terschelling ontdekte ik hoe fijn rust en ruimte is, en dat vind ik nu ook in Langedijk: het groen, het water, de omgeving. Elkaar weer groeten. Dat doet me goed.

Een concreet voorbeeld: bij basisschool De Tabijn werd ooit een regenboogvlag weggehaald. Als reactie hebben toen verschillende kerken in de omgeving juist de regenboogvlag uitgehangen. Dat vond ik een prachtig statement. Het gaf me een gevoel van trots dat ik hier woon. Ik hoef zelf niet altijd zichtbaar te zijn met een vlag aan mijn gevel, maar zulke collectieve signalen zijn heel waardevol.

Voel je je wel vrij om zichtbaar en aanwezig te zijn als transman in Dijk & Waard? En is dat iets waar je je actief voor gaat inzetten de komende tijd?

Eigenlijk ervaar ik hier weinig problemen. Tijdens een lichtjesfeest bij de buren heb ik zelf verteld dat ik trans ben, en iedereen reageerde goed. Mensen zwaaien nog steeds vriendelijk. Ik heb geen negatieve ervaringen gehad: geen eieren tegen de ramen, geen gedoe. Ik hang zelf geen regenboogvlag aan mijn gevel, omdat ik aan een doorgaande fietsroute woon en er wel eens autospiegels sneuvelen en dat risico niet wil nemen. Maar eerlijk gezegd deed ik dat in Amsterdam ook niet.

Kortom: ik voel me hier vrij genoeg om mezelf te zijn. Ik hoef niet altijd expliciet zichtbaar te zijn, maar ik vind het wel belangrijk dat instellingen of kerken soms wél een statement maken. Dat geeft een gevoel van veiligheid en trots. Actief ga ik me de komende tijd niet overal profileren, maar ik blijf wel zichtbaar in de community en op plekken waar dat verschil maakt.

Tot slot: wat wil Micha zelf nog bijdragen in deze regio?

Micha draagt actief bij aan de gemeenschap als secretaris in het bestuur van COC Noord-Holland Noord. Voor hem is dat de leukste manier om betrokken te zijn: meedoen, zichtbaar zijn en met trots het transspeldje opspelden tijdens bijeenkomsten zoals Roze in Blauw. Dat hij pas later uit de kast kwam, ziet hij inmiddels ook als een voordeel: de transzorg is minder star geworden, en die ontwikkeling wil hij meehelpen versterken. Zijn inzet in deze regio draait om hetzelfde als in zijn persoonlijke verhaal: zichtbaar zijn waar het ertoe doet, zodat anderen de stap naar buiten iets eerder of iets makkelijker kunnen maken.